|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
De Algemene wet bestuursrecht (afgekort Awb) is een Nederlandse wet die de algemene regels bevat voor de verhouding tussen de overheid en de individuele burgers, bedrijven en dergelijke. Dit gebied heet het bestuursrecht.
bewerk GeschiedenisHet Nederlandse bestuursrecht is lange tijd zeer verbrokkeld geweest. Er waren veel voorschriften die onderling verschilden, terwijl er voor die verschillen meestal geen rechtvaardiging was. Zo liepen bijvoorbeeld per regeling de termijnen van bezwaar en beroep zeer uiteen. Inhoudelijke normen waren vaak niet in de wet, maar uitsluitend in jurisprudentie te vinden, waarbij het feit dat het bestuursrecht meerdere hoogste rechters kende de zaak nog verder compliceerde. In de Nederlandse Grondwet van 1983 werd daarom bepaald dat er een algemene wet bestuursrecht moest worden vastgesteld (art. 107 lid 2: “de wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast”). Daarmee is de Algemene wet bestuursrecht een organieke wet: de Grondwet geeft opdracht tot het vaststellen van deze wet. In 1983 werd de Commissie algemene regels van bestuursrecht ingesteld. Deze commissie bereidde de Algemene wet bestuursrecht voor. De derde tranche trad op 1 januari 1998 in werking. Deze tranche bevatte aanvullingen op bestaande hoofdstukken, bepalingen over beleidsregels en subsidies, en bepalingen over rechtshandhaving, bestuurlijk toezicht, mandaat en delegatie. Soms wordt de Algemene wet bestuursrecht ook tussen de tranches door aangevuld op kleinere punten. Met de Algemene wet bestuursrecht wilde men vier doelen bereiken:
bewerk InhoudDe Awb is een algemene wet en beoogt dus algemene leerstukken van het bestuursrecht te regelen. Nu is het natuurlijk altijd de vraag wat algemeen is en wat specifiek toebehoort tot het bijzondere bestuursrecht. De afgelopen tien jaar, sinds de invoering van de Awb, hebben laten zien dat steeds meer leerstukken die ooit zijn ontwikkeld in complexe, bijzondere bestuursrechtelijke regelgeving, in de Awb terechtkomen. Vaak vanuit de gedachte dat de problematiek die speelt bij een specifieke wet, wel eens het beste algemeen opgelost kan worden – bijvoorbeeld via een wetswijziging en opneming in de Awb. De verhouding tussen de Awb en het bijzondere bestuursrecht is een zeer dynamische, die voortdurend in ontwikkeling is. bewerk Het besluitHet centrale begrip in de Awb is het besluit (art. 1:3 Awb). Volgens Twan Tak, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, is dit een van de fundamentele problemen van de Awb, omdat de rechter hierdoor niet meer over de gevolgen van een besluit kan beslissen, zonder de totale besluitvorming te vernietigen. Hierdoor loopt de besluitvorming in Nederland traag. bewerk Typen bepalingenOm de verhouding tussen de Awb en bijzondere wetten te bepalen, worden vier typen bepalingen in de Awb onderscheiden:
bewerk Dwingende bepalingenDit zijn bepalingen die zonder uitzondering voor het hele bestuursrecht behoren te gelden. Voorbeelden zijn artikel 6:12 en artikel 10:14 Awb. Bepalingen in bijzondere wetten en materiële wetten die met een dwingende bepaling uit de Awb in strijd zijn, moeten komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor bepalingen in de bijzondere wetgeving die hetzelfde voorschrijven als de dwingende Awb-bepalingen: zij worden overbodig. In een enkel geval blijkt het noodzakelijk om toch een regeling te treffen die afwijkt van een dwingende Awb-bepaling. Dat kan alleen door een formele wet. Het is vast wetgevingsbeleid om zo'n afwijking aan te geven met de formule “in afwijking van artikel ... van de Algemene wet bestuursrecht” of “Artikel ... van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.” Dit soort afwijkingen moet steeds nadrukkelijk gemotiveerd worden. Als een wet dus een bepaling of afhandelingswijze bevat die afwijkt van de Awb én bij de invoering van de Awb niet is ingetrokken of aangepast, dan gaat de bijzondere regeling vóór de algemene van de Awb. bewerk Gangbare bepalingenDe Awb kent veel bepalingen die moeten worden beschouwd als de beste hoofdregel voor normale gevallen. Deze bepalingen zijn herkenbaar aan de clausule “tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.” Een voorbeeld is artikel 4:52 lid 2 Awb. bewerk VangnetbepalingenIn een enkel geval geeft de Awb nadrukkelijk voorrang aan de bijzondere wetgever. Het gaat dan om onderwerpen waarbij het door de variëteit aan situaties niet goed mogelijk is een algemene regel te geven, maar waarbij het wel wenselijk is om een regel te geven waarop kan worden teruggevallen als de bijzondere wetgever het onderwerp niet heeft geregeld. Een voorbeeld is artikel 4:44 lid 2 tot en met 4 Awb. bewerk Facultatieve bepalingenDe Awb kent ook bepalingen die slechts gelden als dit uitdrukkelijk is bepaald – hetzij bij wettelijk voorschrift, hetzij bij besluit van het bevoegde bestuursorgaan. Een voorbeeld is afdeling 4.2.8 Awb. bewerk Uitputtende bepalingenHiernaast kan nog een vijfde categorie bepalingen worden onderscheiden: uitputtende bepalingen. Voorbeelden daarvan zijn de regels over mandaat en delegatie, vernietiging en schorsing. In andere gevallen is het denkbaar dat de bijzondere wetgever de Awb aanvult. Zo regelt de Awb in artikel 3:46 slechts dat de motivering van een besluit deugdelijk moet zijn. In een aantal gevallen vult de bijzondere wet deze bepaling aan, door bepaalde elementen te specificeren die in ieder geval aan de orde moeten komen in de motivering. bewerk Externe links |
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |